Een verschrikkelijke ervaring

“Wat was je openhartig”. Soms deel ik misschien teveel van mezelf, als dat zo is dan waarschuwt  u/jij me toch wel een keer mag ik hopen? (houd nu je mond maar weer, zoiets. Die wens wordt dan direct vervuld trouwens, als u dit leest heb ik niet veel praatjes door de keelamandelen).

Een collega waarschuwde me eens; niet teveel van jezelf delen. Wie zich kwetsbaar opstelt loopt het gevaar dat dat later tegen je kan worden gebruikt. Maar je kwetsbaar opstellen kan van die mooie gevolgen hebben dat het zonde is om het vanwege ‘angst’ dan maar niet te doen. 

In de preek van zondag 20 januari vertelde ik open over mijn eerste ervaringen met hardop bidden: deze waren niet bepaald prettig. Ik vertelde daar eerst niet graag over. Het leek me nogal abnormaal. Tot ik ontdekte dat ik niet de enige ben. De preek riep dan ook veel herkenning op.

Normale verschijnselen bij het beginnen met bidden:

  • Trillen, zweethanden, benauwdheid
  • Stotteren, over woorden struikelen
  • Moeizaam op woorden kunnen komen
  • Een black out krijgen
  • Emotioneel worden
  • Naderhand een slecht gevoel hebben (wat heb ik gezegd???!!!???)
  • De diepe overtuiging hebben dat een ander ‘mooier/beter’ bidt dan jij en dat dat jou nu eenmaal niet gegeven is en die ander wel 

Op een bepaalde manier is leren bidden te vergelijken met het leren praten van een kind. Als een kind - zoals onze jongste, Benja - een zin samenstelt, dan ben je als vader, als moeder vertederd. Deze reactie zou toch ondenkbaar zijn: “dat was nou niet bepaald ABN Benja, dat andere kind van jouw leeftijd kan het veel beter, we zullen het praten voortaan maar aan anderen overlaten, stop jij er maar weer mee”  Een ondenkbare reactie. Toch is dat min of meer wat onze innerlijke stem kan zeggen als het over onze eerste pogingen gaat, om hardop te bidden.

En ook zou het ondenkbaar zijn, dat een kind maar nooit begint aan het leren praten, want al die anderen praten allemaal al zo perfect. Laat hen het maar doen!

In de week van gebed zag ik hoe een paar mensen een stap hebben gezet. Om dwars door alle angst toch aan dat gebed mee te doen. Wat komen die woorden dan juist binnen, van diegene die aarzelt, en zoekt naar een woord om te gebruiken, van diegene die eigenlijk trilt vanbinnen als een blad, en toch….niet vlucht. Wat zijn juist die woorden aangenaam voor de Heere. Omdat vertrouwen is gegroeid. Dat Hij het niet zal afkeuren. Het vertrouwen is gegroeid in je broeders en zusters met wie je bidt; zij gaan je niet veroordelen. Nee natuurlijk niet. Die voelen zich zo’n beetje net zo blij als de oudere zus van Benja als ze uitroept: hoorde je dat, wat hij zei???!!!

Na Jezus’ Hemelvaart lezen we een belangrijk en bepalend vers: Handelingen 1: 14 Vurig en eensgezind wijdden ze (de leerlingen) zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers. Het is door dit gebed dat de zegen uiteindelijk kon komen. De Geest van God werd uitgestort. Ik geloof dat dat ook in onze gemeente verbonden zal zijn aan het gebed. Het gebed van (gebroken) mensen die bidden voor elkaar en voor bepaalde situaties; en dan, dan komt… de Geest. En doet Zijn Werk. Op Zijn wijze. Door te helen, of de kracht te geven om dingen te dragen. Door te genezen, of te sterken. Door krachtig wegen te banen, door gebrokenheid heen.