TOGA(loos?)

In de Taakgroep Erediensten kwam de toga aan de orde n.a.v. een vraag van een gemeentelid of het mogelijk was dat ik in mijn gewone kleding zou voorgaan in de diensten, omdat dit minder afstandelijk en meer van deze tijd is. Tijd voor een discussie over de toga in de Taakgroep Erediensten, en na afloop bedachten we met dat het mooi zou zijn hieraan woorden te wijden in de Intercom. 

Het kwam tijdens de discussie op trouwjurken en -kostuums. Want ik merkte tussen neus en lippen door op, dat de toga net zo prijzig kan zijn als een trouwjurk. Hierna merkte iemand op dat je met een toga toch meer waar voor je geld krijgt, omdat hij vaker gebruikt wordt. Waarna we vervolgens probeerden te bedenken hoe je meer waar voor je geld kunt krijgen bij een bruidsjurk; de bruidsjurk aantrekken naar de kerk? (Tijdens een vergadering moet er ook ruimte zijn voor humor.) We gingen verder: kosten van een toga: minimaal 1.000 euro, zonder bijbehorende stola’s. Waarom zou je dat ervoor uitgeven? Een ontdekkingstocht.

De toga stond al vaak ter discussie in de geschiedenis. Welke boodschap komt er ‘uit een toga’ naar ons toe? Dit blijkt verschillend te zijn, afhankelijk van hoe wij de werkelijkheid beleven. Sommigen beleven een toga als afstandelijk, anderen hebben met de toga geen moeite. Er zijn voor- en tegenstanders. Waar we ons  in de Taakgroep niet in konden vinden is een oud argument voor de zwarte toga: waarschijnlijk ligt het ontstaan in de dracht van deze toga in de wens om de universitaire scholing uit te drukken, in de rechtszaal en in de kerk. De toga onderscheidt dan de advocaat of de dominee, en de lijn is kort naar: de toga onderscheidt wie  ‘meer is’.  

Johannes de Doper spreekt het tegenovergestelde uit als Hij zegt dat ‘Christus meer moet worden’, en ‘ik minder’, Johannes 3:30. Johannes de Doper kreeg zelf veel aandacht, maar die aandacht moest zich verplaatsen naar Jezus Christus. Hij ziet zichzelf als een vriend van Christus, een vriend van de ‘Bruidegom’ om Wie alles gaat. 

De toga die ik draag is eenvoudig vormgegeven. De kleur is donkerblauw, en wijkt daarmee af van de hierboven genoemde universitaire toga. Inmiddels is het overigens voor veel predikanten zo, dat ze de zwarte toga dragen omdat de kleur zwart hen sterk doet denken aan de zondige mens die zij zelf zijn, en die waarheid willen zij nooit ontkennen. Hoewel ik dat ook zo ervaar koos ik niet voor de kleur zwart. Er is meer te zeggen dan dat we zondige mensen zijn. We zijn vergeven mensen, die leven in Gods Licht. Met de kleur  - besloot ik - wil ik niet specifiek iets uitdrukken. Het werd donkerblauw, een kleur die geen directe betekenis weergeeft. Anders dus, dan de liturgische kleden gedragen in de Rooms Katholieke Kerk: roomkleurige gewaden met kleurige liturgische stola’s. Deze gewaden zien we ook binnen onze Protestantse Kerk zoals hierboven zichtbaar is, en benadrukken de rol van liturg; de priesterlijke rol van de voorganger om ons voor te gaan naar God. Als bemiddelaar, als tussenpersoon. De witte kleur is een feestkleur, teken van hoop en leven. 

Zelf draag ik dus een donkerblauwe, eenvoudige versie, er zijn veel opties bij het laten maken van een toga, maar deze heeft weinig verfraaiingen. Een toga dragen is elke week hetzelfde kleed aantrekken. Het kleed verbergt de eigen kleding die uitdrukt wie we zelf zijn, hoe we voor de dag willen komen, stilletjes zendt kleding vaak een boodschap uit. Die eigen kleding verdwijnt onder het gewaad. Daardoor is er minder afleiding van waar de aandacht op zou moeten zijn gericht: op God. Het ontneemt in het geval van vrouwelijke voorgangers het zicht op panty’s, jasjes, bloesjes en kleuren, het geeft niet te denken ‘dat staat leuk’, of ‘alweer hetzelfde aan?’. Ook wordt niemand verleid om iemands lichaamsfiguur te beoordelen. Ten tijde van de zwangerschappen verhulde de toga mijn buik zodat niemand kon denken ‘het lijken er wel twee!’. Na de zwangerschappen verborg de toga een moe lijf. Foto hiernaast: Benja werd gedoopt.    

De toga is voor mij niet heilig, zonder toga voorgaan is zeker ook mogelijk. Maar het kan helpen om net als Johannes te zeggen, Christus meer, en ik minder. Dat klinkt als een zware opdracht maar is ook een bemoediging; dat we naar Hem mogen verwijzen en zelf niet ‘meer’ hoeven te worden of te zijn dan we op dat moment zijn.

Johannes de Doper had niet veel outfits, mensen herkenden hem aan een typerende mantel, ook zijn eetgewoonten waren sober (die wilde ik toch maar niet overnemen), zijn boodschap eenvoudig. Toch kwamen door de kracht van Gods Heilige Geest mensen bij hem. Door de woorden van Christus kom je erachter hoe belangrijk dat was (zie Mat. 11:11).

 

Toga Tentoonstelling tot 15 december

In de dorpskern van het Twentse Borne staat, omringd door drie kerken en een kleine synagoge, het Museum Bussemakershuis. In dit monumentale gebouw woonde in de 18e eeuw de doopsgezinde textielhandelaar Jan Bussemaker. In dit museum is tot 15 december 2020 de tentoonstelling ‘Geloven in mode’ te zien. Kazuifels, stola’s en preekjassen…van alles. De ontwikkelingen in de jaren worden zichtbaar.

Na de togadiscussie met de Taakgroep concludeerde iemand: ‘De toga moet nog maar even blijven. Ik heb veel geleerd vanavond, ik wist dit allemaal niet’. Mooi als we nieuwe inzichten opdoen. Het kan zijn dat je met verkeerde veronderstellingen leeft over het al dan niet dragen van een toga. Bedenk dat elke voorganger een bewuste keuze maakt, een persoonlijke afweging voor het aangezicht van God. Schort je oordeel op tot je hem of haar daarover hebt gehoord.

Tot slot: dat het ongeacht de kleding die een voorganger in ons kerkgebouw draagt, zo mag zijn: dat de kracht van Gods Geest werkzaam is. Daarvan moet iedereen, ongeacht zijn of haar kleding, het verwachten.

Ds. Inge Eckhardt

Anekdote: een verstandelijk beperkte jongen vond mijn toga eens zo mooi, dat hij ‘de koning’ zo graag even een hand wilde geven. Die koning, dat was ik, tot mijn verbazing.