Noodzakelijk praatje

Met tegenzin schrijf ik dit keer over iets waar ik liever niet over schrijf.

Mijn toekomstperspectief in Zuilichem is: parttime werken. Dat gaat dingen veranderen, ook op de lange termijn. Het beroepingswerk in de toekomst wordt hierdoor anders. Dat zie ik als consulent van Andel nu van dichtbij, waar een 70 % aanstelling is gekomen. In onze kerk gaat het om 80% vanaf 2022. De grootste verandering die ik denk te zien: de predikant die past in een parttime aanstelling heeft er andere werkzaamheden bij of heeft een partner die voor het andere financiële deel zorg draagt. Dit kan geografische gebondenheid betekenen; hierdoor heeft een voorganger vaak de wens om op een plek naar keuze te wonen of te blijven wonen waar ze zijn gesetteld (bijv. Gorinchem). Ik vind dat een ingrijpende verandering. Er zijn nog meer nadelen (wat doet een predikant nog wel en wat niet meer?) maar dit punt vind ik het meest ingrijpend. Als ik dan even vanuit mijn eigen situatie denk: Peter en de kinderen zouden dan waarschijnlijk in die andere woonplaats kerken en naar school gaan en niet betrokken zijn bij ‘mijn gemeente’. Die situatie dient zich nu gelukkig niet aan voor mij. Maar ik moet er echt niet aan denken.

Hoe komt het dat een predikantsplaats parttime wordt? De Landelijke kerk kijkt naar de inkomende, levende stroom van giften (en niet naar oude spaarpotjes). Als de levende stroom afkalft maakt de landelijke kerk een prognose. Ze calculeert in of de gemeente met afnemende giften op langere termijn een predikant kan betalen. De prognose moet scherp gemaakt worden, omdat steeds meer gemeenten met een predikant blijven zitten die ze helemaal niet meer kunnen betalen en die financiële crisissen moet de landelijke kerk opvangen.

Een goed signaal voor de landelijke kerk is: een groei in giften, iedereen geeft elk jaar een beetje meer en houdt goed rekening met inflatie. Kerkbalans is hierin van grote betekenis. De toekomst van de predikantsplaats is dus in onze eigen handen (en niet in die van de kerkrentmeesters). Een nieuwe vloer, betaald uit een oud spaarpotje, heeft geen invloed op de prognose van de landelijke kerk, daarmee betalen we op lange termijn geen ‘werknemer van God’.

Peter en ik gaan het met Gods voorzienigheid redden vanaf einde 2021, we willen samen gaan werken, ik helaas een dag minder. U als gemeente zal Hij zeker ook willen voorzien van voorgangers in de toekomst, maar alleen door middel van uw eigen portemonnee. Een ander moet dat dan maar doen, kunnen we misschien denken. Die moet maar eens meer geven! Probeer bij jezelf te beginnen, dat proberen wij hier thuis ook. We betalen huur voor de pastorie zoals elk predikantsgezin doet en dragen bij aan de kerkbalans op een manier dat het echt pijn doet en proberen dat te laten stijgen elk jaar. Daarbij vinden we het fijn om kleine uitgaven die we doen voor de kerk aan de kerk te schenken. Ik vind het vreemd om dit met u te delen, maar toch voel ik de behoefte om transparant te zijn. We zijn er heel bewust mee bezig ook al houd ik er niet van om erover te praten.

Er klagen op dit moment mensen over plannen van de kerkrentmeesters voor de verlichting, en schilderwerk, etc. Ik ben het met de klagers eens dat het gebouw niet het belangrijkste is. Maar onbelangrijk is het zeker niet. Uit de zorg die in een kerkgebouw wordt gestopt (van schoonmaak tot beheer van tuin en parkeerplaats, tot het vervangen van een vloer die geen beschermende laag heeft gehad en daardoor kapot en vies is), uit al die dingen die worden aangepakt, lees je iets af. Liefde. Die liefde zien mensen die over ‘de vloer’ komen ook. Als er in de toekomst weer nieuwe predikanten komen dan zien zij dat ook: deze mensen geven om de zaak!

En als de liefde voor het gebouw er echt niet meer is bij u, bij jou, dan is het om het even dat we het gebouw verkopen en gaan kerken in het dorpshuis. Wat mijzelf betreft: ik ben gehecht geraakt aan de Duif op de hoek van de Zijlstraat en Uilkerweg in Zuilichem. Daar heb ik al vele keren Gods Heilige Geest zien werken en heb daar keer op keer Gods Bijstand ervaren, ondanks de weerstand, die er ook is. De stenen zijn met liefde bijeen gebracht, met grote liefde zou ik ze willen onderhouden. Als het aan mij ligt.

Het onderhouden van de Duif én van predikanten nu en in de toekomst is mogelijk. Het vraagt alleen liefde. Van het soort dat Christus had: het soort dat pijn mag doen.      

Zegen en groet,
Ds. Inge Eckhardt